RUBRIEK Liturgie

Uw parochie

1926 parochies online op Kerknet

Zoek en vind uw parochie in Kerknet met het klik-kaartje of geef een postcode, parochie- of plaatsnaam in.

OPENINGSRITUS

Waar twee of drie verzameld zijn in mijn naam,
daar ben ik in hun midden.

Mt 18, 19

 

De openingsriten leggen een drempel tussen het leven en de liturgie. Ze hebben het karakter van een eenvoudige inleiding en voorbereiding. Zij beogen de gelovigen tot een echte gemeenschap te verenigen en hen uit te nodigen tot inkeer en luisterbereidheid.

1. Intredezang en begroeting

Bij het begin van de viering maken priester en gelovigen samen het kruisteken. Zo mogelijk kan een openingslied worden gezongen tijdens de intredeprocessie, wanneer de priester en de dienaars zich naar het altaar begeven.

Deze intredezang - of openingslied - wil de gelovigen verenigen in een feestelijke sfeer. Het lied kan hen bovendien ook inleiden in het liturgisch gebeuren, het Christusmysterie, of een bepaald (hoog)feest. De liturgische kalender geeft voor alle zondagen een suggestie voor een aangepast intredelied.Ook op deze website kan u per zondag een aantal voorstellen bekijken.

Daarna maakt de priester in een welkomstgroet de bijeengekomen gemeenschap duidelijk dat de Heer aanwezig is. 

 

 

2. Schuldbelijdenis

Na de begroeting nodigt de priester de gemeenschap uit tot het uitspreken van de schuldbelijdenis. We bidden om inkeer, vanuit het besef dat we altijd als 'schapen zonder herder' zijn (Mc) waarmee Jezus medelijden kreeg. Het is dát medelijden waar wij hier om vragen: het gaat over onze onmacht, en het besef daarvan.

Op zondagen, feestdagen en bij bijzondere vieringen wordt vaak de tweede vorm van de boeteakt gebruikt, namelijk de Kyrie-litanie. De verzamelde gemeenschap richt haar drievoudige aanroeping tot Christus (de Kurios), waarna de priester besluit met een gebed om Gods ontferming.

3. Gloria

De hymne 'Eer aan God' wordt bij voorkeur gezongen 

- op dagen die de rang hebben van hoogfeest of feest
- op de zondagen buiten de advent en de veertigdagentijd
- bij bijzondere gelegenheden en vieringen met een feestelijk karakter

Deze hymne verenigt lofprijzing en dankzegging met een smeekbede om ontferming. De kerkgemeenschap - verenigd in de heilige Geest - aanbidt God en zijn eniggeboren Zoon, het Lam Gods, Jezus de Christus. 

4. Gebedsstilte

Met de oproep Laat ons bidden, nodigt de priester de gemeenschap uit tot gebed dat in stilte gebeurt. Deze ogenblikken waarop alle aanwezigen zich in stilte voor God kunnen plaatsen, onderstrepen dat het gemeenschapsgebed wordt gedragen door het gebed van elk persoonlijk.

5. Openingsgebed

Na de gebedsstilte richt de priester zich tot God in een smeekbede tot God de Vader. In dit publiek gebed verwoordt hij een goddelijke eigenschap, of brengt hij Gods optreden in de heilsgeschiedenis in herinnering. Dan volgt een vraag om het heil van de gemeenschap. Het gebed eindigt met een beroep op het middelaarschap van Jezus Christus, in eenheid met de heilige Geest. 

 

 

Het openingsgebed of collecta-gebed sluit de openingsritus af.
Nu kan Gods woord verkondigd worden.

DE LITURGIE VAN HET WOORD

Maar als Ik tot u spreek
zal Ik uw mond openen:
dan moet u tegen hen zeggen:
'Zo spreekt de Heer'

Ez 3, 27

De liturgie is niet de plaats waar iets verklaard wordt, maar waar Iemand zich uitspreekt. Die zelfopenbaring geschiedt doorheen het Woord dat God spreekt. Het initiatief komt van God, en wij antwoorden op zijn uitnodiging. 

6. De Bijbellezingen

Het voornaamste gedeelte van de woorddienst bestaat uit de Schriftlezingen en de antwoordpsalm. De homilie, de geloofsbelijdenis en de voorbede ontwikkelen en besluiten dit gedeelte.

 

De eerste lezing: uit de boeken van het Eerste Testament

Elke zondag - behalve in de paastijd wanneer men dag na dag uit de Handelingen van de apostelen leest - wordt de eerste lezing ontleend aan het Oude Testament. Zij is steeds gekozen in nauwe aansluiting bij het evangelie: inhoudelijk kondigt zij vaak het evangelie al aan. Deze eenheid tussen eerste lezing en evangelielezing wordt nog verscherpt door de keuze van de psalm die op de eerste lezing volgt.

De antwoordpsalm of graduale

De antwoordpsalm maakt integraal deel uit van de liturgie van het woord. Hij is van groot liturgisch en pastoraal belang, omdat hij de meditatie van het woord van God bevordert. Hij vormt een antwoord op elke lezing afzonderlijk, en legt de brug tussen de lezingen.

Anders dan een willekeurig lied dat zou kunnen weergeven, vertolkt de antwoordpsalm het antwoord van het volk van God op het Woord dat het gehoord heeft. Nergens wordt het Woord van God immers zozeer woord van mensen als in de psalm.De eigen gestalte van de psalm komt daardoor nog duidelijker aan het licht: hij verwoordt de gelovige reactie van het volk bij het aanhoren van Gods woord, geeft uitdrukking aan zijn vreugde en dank, aan zijn heimwee en smeekbede om hulp en ontferming, aan zijn trouw en zijn hoop. 

De tweede lezing: uit de brieven van de apostelen

De prediking van de apostelen in hun brieven - meestal in deze van Paulus - bieden op overtuigende wijze een samenvatting van het christen-zijn. De brieven brengen ons de centrale plaats van Jezus Christus voor ogen, en wijzen naar de kern van het christelijk leven. Ze bevatten getuigenissen over het leven in de jonge Kerk, over de vorming van de eerste gemeenschappen. Liefde, hoop en geloof van de eerste Jezus-volgelingen worden de onze.

Het Alleluiavers

Het Alleluiavers vormt een inleiding op het evangelie. Het is een vreugdevolle acclamatie die gezongen wordt terwijl de diaken of de priester zich naar de ambo begeeft. In Hem verwelkomt de gemeenschap immers de Heer zelf die in het evangelie zijn volk toespreekt.

Het evangelie

De viering van het Christusmysterie, gespreid over de zondagen van het kerkelijk jaar, kent een doorlopende lezing van de evangeliën. Ze zijn belangrijk omdat zij getuigenis afleggen van leven, dood en verrijzenis van Jezus Christus. Anderzijds getuigen de evangeliewoorden niet alleen van wat Jezus deed en zei. In het geheel van de sacramentele liturgie hebben zij een diepere betekenis. In het sacrament gaat het om God én mens; God is aanwezig, Hij spreekt en treedt op ons toe. Zijn sterkste woord is het evangeliewoord. Daarin zegt Hij elke mens zijn verlossing en nabijheid aan. De evangelielezing wordt met andere woorden een actueel spreken van God voor de mensen van deze tijd.

7. De homilie

De homilie wil de rijkdom van de schriftlezingen ontsluiten en actualiseren voor allen die voor de viering zijn samengekomen. Doorheen de liturgische jaarkrans biedt zij de gelegenheid om, uitgaande van de schriftteksten, de bezinning en de inzet van mensen te laten oriënteren naar het woord van God.

De homilie wil telkens de brug slaan tussen Schrift en leven. Ze probeert aan te tonen hoe Gods woord voor ons vandaag goed nieuws - evangelie - is. Ze actualiseert Christus' woorden van bemoediging, verzoening en hoop. Ze geeft de gelovige gemeenschap de kans te ontdekken waartoe de Heer haar oproept, en hoe christenen de verbondenheid met Hem en met elkaar kunnen beleven en concreet maken.

 

 

8. De geloofsbelijdenis

De homilie wordt op zondag gevolgd door de geloofsbelijdenis of het symbolum. Ze fungeert als antwoord op de boodschap die uit de heilige Schrift en de homilie tot ons kwam. De gelovigen stemmen in met Gods woord, waarnaar ze in de lezingen en de homilie geluisterd hebben. Alvorens eucharistie te vieren, beamen ze de geloofswaarheden die in het credo verwoord worden. 

9. De voorbede

De voorbede is op bijzondere wijze het gebed van de gelovigen. Ze reageren op Gods woord door Hem te vertellen wat hen ter harte gaat. De voorbede is het universele gebed, waarin zij de grote noden van Kerk en wereld aan God voorleggen. Ze treden er op als voorsprekers van de mensheid, ze bidden verbonden met, en in naam van allen. Daarmee vormt de voorbede meteen het moment waarop het concrete leven in de viering wordt binnen gebracht, en waar men kan horen dat de woorden die men beluisterd heeft niet los staan van het leven, maar er integendeel een ander perspectief aan geven. 

Het eigenlijke moment van gebed bij de voorbede is niet de formulering van de intentie; dat is maar een opstap, de omschrijving die aanduidt voor wie of voor welke situatie men wil bidden. Het gebed van de gemeenschap drukt zich uit in ofwel een moment van stilte tussen de intenties, ofwel in het herhaald zingen of uitspreken van een refrein, waaraan iedereen deelneemt.

Gods Woord in de liturgie

DE EUCHARISTISCHE LITURGIE

Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan. Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.’ Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven. Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem.

Mc 24, 28-31

10. Bereiding van de gaven

Het klaarmaken van de altaartafel en het aanbrengen van de gaven vormen een liturgische handeling met een eigen belang en betekenis. Het is de liturgische uitwerking van wat Jezus zelf ook deed tijdens het Laatste Avondmaal. Op de drempel van het eucharistisch gebed moeten niet alleen het altaar en de gaven bereid worden, maar ook wij zelf die rond het altaar staan. We moeten ons klaarmaken om samen met Christus eucharistie te vieren, en om samen met Hem het grote dankgebed uit te spreken.

Het aanbrengen van de gaven betekent bijgevolg niet dat wij een eigen offer brengen. Het is een teken van onze bereidheid en ontvankelijkheid om uit Gods hand de gave van de eucharistie te ontvangen. De christen beleeft en benadert alles wat hij bezit als gave uit Gods hand. Ook deze gaven komen van God - en ze zijn voor Hem bestemd. Dit vertaalt zich in het gebruik om alle gaven te bewieroken: het altaar, de gaven die aangebracht werden en op het altaar staan, en de gelovigen die zichzelf aanbieden.

 

 

11. Het gebed over de gaven

De bereiding van de gaven wordt afgesloten met het gebed over de gaven. Het is een kort en bondig gebed, dat het groot dankgebed onmiddellijk voorafgaat. Inhoudelijk herneemt het de hoofdgedachte van de bereiding: het is een gebed opdat de Heer uit onze handen de gaven zou aanvaarden en ook onszelf voltooit tot een levende gave aan Hem. De gemeenschap verenigt zich met dit smeekgebed en beaamt het door de acclamatie Amen.

12. Het eucharistisch gebed

Om de plaats van het eucharistisch gebed in de viering van de eucharistie te begrijpen, moeten we terug naar de bronnen, en nagaan wat Jezus gedaan heeft tijdens het Laatste Avondmaal. Hij heeft toen aan zijn apostelen, en over hen heen aan de Kerk van alle tijden de opdracht gegeven: Blijft dit doen om mij te gedenken.

De Kerk brengt deze opdracht ten uitvoer. In het eucharistisch  gebed vormen lofprijzing en dankzegging de blijvende ondertoon. Ze gelden voor Gods werk in de schepping en in de hele heilsgeschiedenis waarvan de bijbel spreekt. In het bijzonder heeft het eucharistisch gebed betrekking op het verlossingswerk van Christus, dat in het paasmysterie zijn bekroning vindt, en hier en nu werkelijkheid wordt.  De Kerk biedt de Vader de gaven aan, waarover zij vooraf Gods Geest heeft afgesmeekt.  Zij doet dit opdat ze voor ons geheiligd zouden worden, maar ook opdat Hij allen die aan de maaltijd gaan deelnemen voltooit tot een levende gave aan God. 

In de kracht van de Geest doet Jezus opnieuw wat Hij eertijds gedaan heeft. Hij stelt zijn daad onder de tekens die de gemeenschap aanbracht: brood en wijn. Gedachtenis en gebeuren vallen hier samen. Het zijn dezelfde woorden, het gaat om hetzelfde maal, met dezelfde gastheer die dezelfde unieke daad van liefde tot de Vader en tot de mensen stelt. Maar dit 'zelfde' wordt tegenwoordig gesteld in deze tijd, voor nieuwe mensen. Het is 'doen tot zijn gedachtenis', maar nu, in deze tijd.

Deze lofzang, openbloeiend in een dankbare gedachtenis aan Gods daden en aan het pasen van Christus, gaat over in een smeekgebed voor de Kerk, hier en veraf. Het gebed wordt universeel rond de persoon van de plaatselijke bisschop en rond de bisschop van Rome. Zoals Jezus tijdens het laatste avondmaal bad voor de eenheid van allen, zo bidt de Kerk voor de eenheid tussen allen die in Hem verbonden zijn; de levenden en de doden, de apostelen en heiligen. Het mondt uit in een nieuwe grote lofprijzing tot de Vader, in de eenheid van de heilige Geest, door Christus: onze Voorganger, ons Paaslam. Alle deelnemers sluiten zich bij deze hulde aan door eendrachtig te bidden: Amen, het zij zo.

Eucharistische gebeden in de Romeinse liturgie

In het Romeins missaal vindt men de vier eucharistische gebeden van de Romeinse liturgie (I-IV).

Er is het eucharistisch gebed eigen aan het nederlandstalige gebied (V), en de twee eucharistische gebeden die als kerninhoud het mysterie van de verzoening hebben (VI en VII). Daarnaast worden nog drie eucharistische gebeden (VIII, IX en X) weergegeven die bestemd zijn voor bijzondere eucharistievieringen waaraan veel kinderen en jongeren deelnemen.

Ten slotte is er nog het eucharistisch gebed XI in vier verschillende versies (A-D), die onderling gedeeltelijk verschillen.

De eucharistische gebeden rond het thema 'verzoening' zijn bijzonder geschikt voor de vieringen tijdens de veertigdagentijd, of op andere dagen wanneer het thema aan de orde is in de schriftlezingen.

Eucharistisch gebed I is vooral geschikt voor de hoogdagen (met een eigen inlassing) en apostelfeesten.
Eucharistisch gebed II (A, B en C-versie) is voor de gewone weekdagen bestemd.
Eucharistisch gebed III, V en XI wordt gebruikt voor de zondagen door het jaar.

In de eucharistische gebeden II (versie B) en III (versie C) wordt er kort na het 'Heilig' een inlassing voorzien voor de zondagen, voor de week van Kerstmis, voor het feest van Openbaring, voor de paasweek, Hemelvaart van de Heer en voor Pinksteren.

Heel wat christenen ervaren het grote dankgebed in de eucharistie als een anticlimax. Het is lang, het wordt door de priester gebeden en de participatie van de aanwezigen lijkt vrij gering. Zo denken velen. Nochtans vormt het grote dankgebed het hoogtepunt van de viering. Hoe kunnen we dan meebidden met het eucharistisch gebed?

13. De communiedienst

Het eucharistisch gebed en de communie volgen in de viering na elkaar en zijn als zodanig te onderscheiden, maar niet te scheiden. Beide maken één enkele handeling uit.

Toch vinden we bij de overgang van de tafelzegen naar het nuttigen van het lichaam van Christus een aantal riten die de betekenis van communiceren dieper laat aanvoelen:  

Het Onze Vader

Het Onze Vader zou men kunnen beschouwen als het verlengde van het eucharistisch gebed. De verzamelde gemeenschap herneemt - met woorden van Jezus zelf - de belangrijkste dimensies van het groot dankgebed: de verheerlijking van de hemelse Vader, de bede om het brood van elke dag, de onderlinge vergeving.


De vredeswens

De vredeswens is een belangrijk gebeuren op de drempel van de communie. Deze wens wordt ingeleid door een kort gebed waarin eraan herinnerd wordt dat wij alleen van de verrezen Heer de echte vrede kunnen verwachten. De vrede die hier uitgedrukt wordt, komt immers niet van onszelf: ze is het eerste paasgeschenk van Jezus. Wij krijgen de opdracht om ze voor elkaar ervaarbaar te maken. Het is zijn vrede die we nu aan elkaar mogen toewensen: zij bloeit open in onderlinge eenheid en verzoening.


De breking van het brood

De broodbreking is een hoogtepunt in de hele eucharistie, met een groot symbolisch gewicht. Het plechtig breken van het brood maakt duidelijk dat wij, die met velen zijn, één lichaam worden, omdat we deel hebben aan het brood dat Christus zelf is.

De Christus die we tot ons nemen is "de Dienaar gebroken om onze zonden". Daarom zingt de Latijnse liturgie als brekingslied het Lam Gods, verwijzend naar Christus, het "paaslam dat voor ons geslacht" is.

In diezelfde schroom voor het Lam toont de priester vervolgens het eucharistisch brood, waarop de gemeenschap antwoordt: Heer, Ik ben niet waardig ...


De communie aan Christus en aan elkaar

Alle gelovigen worden uitgenodigd tot de persoonlijke ontmoeting met Christus in het eucharistisch brood (en de beker met wijn). De Heer komt nu zelf naar ons toe, wil voedsel zijn voor onze levensweg, geeft zich aan ons opdat wij meer op Hem zouden gaan gelijken: opdat wij zelf het Lichaam van Christus zouden worden dat we nu ontvangen. Maar de communie voert ons ook tot onze broeders en zusters met wie wij samen dat het éne lichaam van Christus vormen, de éné Kerk van Christus.


Ruimte voor stil gebed of voor een lofzang

Na het uitreiken van de communie wordt een wat langere tijd voorzien voor gebed en overweging in stilte. De aanwezigen krijgen de kans om de ontvangen genade in zich op te nemen en diep te laten doordringen.Men kan ook een psalm, een lofzang of een hymne zingen.


Gebed na de communie

Zoals de intredeprocessie en de processie met de gaven naar het altaar, wordt ook de communieprocessie besloten met een gebed. De priester vat samen, verwijst naar de deelname aan de maaltijd. Vaak is deze verwijzing verbonden met een terugblik op de woorddienst, waarvan een bepaalde krachtlijn nu terug komt.


Hiermee wordt de overgang gemaakt naar de toekomst: het leven van elke dag waartoe wij in deze maaltijd de kracht ontvingen. 

 

SLOTRITUS

14. Zendingswoord

De eucharistie breekt open naar buiten: ze wordt missionair. Elke deelname aan de eucharistie is een nieuw engagement tot eenheid in gezin, verenigingsleven, school, buurt, parochie, werksituatie, religieuze communauteit, in de priestergemeenschap, het bisdom, de Kerk ...

Gevoed door het eucharistisch brood binden we de strijd aan met ons tekort aan rechtvaardigheid en verdraagzaamheid, aan eerlijkheid en liefde. Bij Jezus putten we durf en moed om van ons geloof te getuigen, en om "ja" te antwoorden op zijn vraag om als waarachtige christenen te leven. 

15. Zegen

Omwille van Christus' dankoffer en het onze, zal de Vader ons nu door de heilige Geest licht en kracht geven. Daartoe geeft de priester Gods zegen, terwijl allen een kruisteken maken.

Waar er niet gezongen wordt, kan de antifoon bij de intrede uit het Romeins missaal luidop voorgedragen worden, hetzij door alle aanwezigen, hetzij door de lector. Men kan er eventueel enkele aangepaste verzen van een psalm aan toevoegen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het openingsgebed plaatst de gemeenschap in een wederzijdse relatie tot God: zij verenigt zich met dit gebed, stemt ermee in en maakt het zich eigen door er Amen op te antwoorden.  Zij stelt zich behoeftig en  ontvankelijk op, vertrouwend op God.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen begon Hij hen toe te spreken:'het schriftwoord dat gij zojuist hebt gehoord, is thans in vervulling gegaan. (Lc 4, 16-21)

 

 

 

 

De zondagen door het jaar volgen de lezingen uit het lectionarium, het lezingenboek. Deze verlopen volgens een driejaarlijkse cyclus (A, B en C-jaar), waarbij het Evangelie beurtelings in hoofdzaak aan respectievelijk Matteüs, Marcus en Lucas wordt ontleend. Op een aantal zondagen leest men evenwel uit het Evangelie van Johannes

 

 

 

De lezingenreeks voor de weekdagen loopt over twee jaar. Elke eucharistieviering telt twee lezingen: de eerste uit het Oude Testament, uit de apostelbrieven of de Apokalyps, (in de paastijd uit de Handelingen van de Apostelen), en het Evangelie.

In de liturgie lezen we de bijbel niet als een geschiedenisboek over een reeks wetenswaardigheden uit lang vervlogen dagen. Voor christenen is de Schrift als een brief, waarin God zich tot ons richt. Het gaat er niet alleen om toen, maar even zeer om ons en nu.

 

 

 

 

 

 

 

 

In een plechtige viering komt men omringd door akolieten met brandende kaarsen met het evangelieboek naar de ambo. Bij de aanhef van het evangelie gaat iedereen staan. Het evangelieboek wordt feestelijk bewierookt, en na afloop van de lezing gekust. Het evangeliarium wordt vervolgens aan de gemeenschap getoond, terwijl zij de acclamatie zingt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Schrift zegt dat Jezus voor Pilatus een 'krachtig getuigenis' heeft afgelegd (1 Tim 6, 13). De Kerk heeft die 'schone belijdenis' gevat in het credo dat we iedere zondag uitspreken. Het verwoordt de schoonheid en de aantrekkelijkheid van ons christelijk geloof meer dan ons voor te houden wat we wel en niet moeten aannemen. Onze geloofsbelijdenis is een galerij van de wonderlijke werken die God voor ons doet.

 

 

Het algemeen schema van de voorbede houdt rekening met een bepaalde volgorde. Het volk van God bidt voor:

 

- de noden van de Kerk

 

- de gezagsdragers en het welzijn
  van de wereld

 

- de mensen die onder specifieke
  noden gebukt gaan

 

- de plaatselijke gemeenschap

 

In een bijzondere viering kunnen de intenties meer op de gelegenheid zelf afgestemd worden.

 

 

 

 

 

Brood en wijn zijn het symbool van de samenwerking tussen de Schepper en het schepsel: de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Ze zijn ook symbool van eenheid: brood wordt gebakken uit vele graankorrels, de wijn wordt geperst uit vele druiven. Ze zijn ten slotte het symbool van toewijding en zelfvergetelheid om anderen te laten leven: geplet tussen twee molenstenen, vermorzeld in de wijnpers.

 

Naar hun diepe betekenis zijn ze de uitdrukking van wat we ondernomen hebben om volgens het evangelie te leven. Onze gaven vertolken ons berouw en onze dankbaarheid, onze geleverde arbeid, ons gedragen leed, ons streven naar rechtvaardigheid en eenheid. Ze spreken van onze hoop dat God deze gaven voor ons zal omvormen tot brood en bron van eeuwig leven.

Structuur van het eucharistisch gebed

 

1. De prefatie

 

We zijn samen om aan de Vader onze dank uit te drukken voor de schepping, voor het leven, voor de liefde die Hij in ons hart legde. Om dat uit te drukken hebben we brood en wijn meegebracht. We willen ze door Jezus laten opnemen in het grote dankgebed dat Hij tijdens het laatste avondmaal heeft uitgesproken, om voor de Vader een nieuw en heilig volk te verzamelen.

 

2. De epiclese

 

Om de dankende lofprijzing van Jezus te gedenken, verenigen wij ons met zijn paasoffer. Uit naam van de Kerk en uit naam van Jezus smeekt de priester de Vader zijn Geest te zenden, opdat onze gaven het lichaam en bloed worden van zijn Zoon.

 

3. Het instellingsverhaal 

 

Met liefde draagt Jezus Christus zichzelf aan de Vader op. Doorheen de priester die in zijn persoon optreedt, laat Hij de aanwezigen en de universele kerkgemeenschap deelnemen. Hij stelt zijn offerdaad onder de tekens die wij aanbrachten: brood en wijn.

 

4. De anamnese en opdracht

 

Door de mond van de priester willen wij het leven en het paasmysterie van Jezus herdenken. Met dat heilsgebeuren voor ogen schenken wij Jezus én onszelf aan de Vader.

 

5. De voorspraakgebeden

 

In een nieuwe aanroeping van Gods Geest vragen wij dat Hij neerdaalt over onze gemeenschap, zodat wij, vernieuwd door het lichaam en bloed van Gods Zoon, één lichaam worden en één zijn van Geest in Christus.

 

6. De slotdoxologie

 

Om het eucharistisch dankgebed te besluiten, richt de priester zich in naam van de gemeenschap tot de Vader. Hij wenst dat zijn Naam verheerlijkt wordt door, met en in Jezus, in de eenheid van de heilige Geest. Bij deze hulde sluiten allen zich aan door deze wens te beamen: "Amen".

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het delen in het Lichaam van Christus en in zijn Bloed, heeft geen ander doel dan dit: dat we helemaal omgevormd worden en opgaan in datgene wat we eten.


                           Paus Leo de Grote

 

De eucharistie is de plaats waar christenen als vrijgesproken zondaars samen zijn. Ze weten zich solidair met de zwakken, armen, en afgedwaalden. Ze ontvangen er uit de hand van de Kerk Christus' Lichaam en Bloed, gebroken en vergoten tot vergeving van de zonden. De hunne en die van de hele wereld...